Glossary

English French Norwegian Greek Spanish Ialian Dutch Danish Czech Hungarian

Select letter: a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | u | v | w | x | y | z |

Academische Master of Science-Universitaire graad van doctorandus in de (exacte) wetenschappen, die valt binnen de tweede Bologna cyclus, en die normaliter een korte dissertatie evenals vakken/cursussen bevat, die gezamenlijk 120 ECTS punten waard zijn en 18 tot 24 maanden werk inhouden.
Source: SOCRATES ECTS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/socrates/ects/index_en.html

Toegangsvereisten-Het minimum niveau/eisen om deel te mogen nemen aan een opleiding/cursus.
Source: SOCRATES ECTS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/socrates/ects/index_en.html

Accreditatie-Het proces waarbij een controle- en certificatie-organisatie de kwaliteit van een hogere onderwijsinstelling als geheel (institutionele erkenning) of een specifiek hoger onderwijs onderwijsprogramma (programma erkenning) beoordeelt/evalueert, om het formeel te erkennen als onderwijs dat voldoet aan vooraf bepaalde minimale criteria of normen.

Accreditatie organisatie-Een onafhankelijke nationale of professionele instelling die onderwijsnormen, criteria en procedures ontwikkelt en deskundigen bezoeken en peer revisies uitvoert om te beoordelen of al dan niet aan de criteria is voldaan.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Erkenning van verworven competenties (EVC)-Een proces om erkenning te geven aan vaardigheden en ervaring die opgedaan zijn alvorens een traditionele cursus te beginnen. Normaal gesproken betekent dit dat een portefeuille van bewijsmateriaal wordt verzameld zodat een individu toegang tot FE verleend kan worden zonder de gebruikelijke toetredings vereisten, of om vrijstelling van bepaalde cursussen toe te staan.

Actief leren-Methode van leren waarbij leerlingen een actieve rol in het leerproces innemen, door deel te nemen aan, en verantwoordelijkheid te nemen voor het bereiken van gedefinieerde leerdoelen.
Source: ECVET Technical Specifications, Brussels, EAC/A3/Mar. 28/06/05

Toegang tot hoger onderwijs programma’s-Het besluit om gekwalificeerde kandidaten toe te staan een studie te volgen aan een bepaalde hoger onderwijs instelling en/of in een bepaald onderwijsprogramma.

Alternatieve routes-Routes waarbij bekwaamheid bereikt en erkend kan worden door een verscheidenheid aan methodes.
Source: ECVET Technical Specifications, Brussels, EAC/A3/Mar. 28/06/05

Articulatie-Articulatie, of specifieker cursus articulatie, verwijst naar het proces om de inhoud van cursussen/studies die tussen hogere onderwijsinstellingen zoals hogescholen of universiteiten verplaatst worden, te vergelijken.

Articulatie route-Het opstellen van een overeengekomen en goedgekeurd kader dat voortgang door middel van opleiding of onderwijsprogrammas mogelijk maakt.

Beoordeling (als deel van het accreditatie proces)-Het systematisch verzamelen, kwantificeren en gebruiken van informatie om de effectiviteit en bekwaamheid van een hogere onderwijsinstelling of studieprogramma te beoordelen. Een beoordeling is een noodzakelijke basis voor een formeel goedkeurings besluit.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Beoordelingscriteria-Criteria waartegen de opgedane kennis/vaardigheid getest en gemeten kan worden.

Autonoom leren-Onafhankelijk, zelf-geleid leren/ zelfstandig leren zonder begeleiding en sturing van buitenaf.

Benchmark (referentiepunt)-Een overeengekomen norm; een maat om kwaliteit aan te duiden.

Benchmarken-Een gestandaardiseerde methode om belangrijke bedrijfsgegevens te kunnen verzamelen en te rapporteren op zo’n manier dat het mogelijk wordt om relevante vergelijkingen te maken van prestaties van verschillende organisatie of programmas. Benchmarken wordt vaak uitgevoerd met het oog op het opzetten van ‘good practice’.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Best practice-Kwaliteitsnorm voor handelingen binnen een bepaalde industrie.

Blended learning-Een onderwijsmethode die ‘e-learning’ technieken (zoals online overdracht via internet of VLEs, discussieplatforms en e-mail) combineert met traditionele lesmethodes zoals lezingen, colleges, handleidingen enz.

Bologna Proces-Het Bologna Proces is de belangrijkste bijdrager aan het integratieproces van het Europees Hoger onderwijs. Het proces is in overeenstemming met de doelstellingen van de ‘Verklaring van Lissabon’ om Europa tot de meest concurrerende economie van de wereld te maken. De doelstellingen worden uitgevoerd binnen een kader van internationaal overeengekomen actie richtlijnen die zijn opgesteld in Bologna (de eerste 6 actie richtlijnen), Praag (3 actie richtlijnen) met een tiende (de laatste), toegevoegd in Berlijn.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Bologna scorelijst-Het Inventarisatie Rapport, samengesteld door de Bologna Vervolg Group, dat gedetailleerde informatie bevat betreffende de vooruitgang die door ieder lidstaat gemaakt is over de drie prioriteits richtlijnen; kwaliteitsgarantie, het twee-cyclus systeem (Bachelor/Master) en erkenning van studiepunten en studieduur.

Burst-mode leren-Intensieve/intense studieperiodes.
Source: Scottish Qualifications Authority

Kalibreren-Het testen van de nauwkeurigheid van apparatuur tegen een vastgestelde norm en het maken van geschikte aanpassingen voorafgaande een onderzoek.
Source: Scottish Qualifications Authority

Capaciteitsopbouw-Het opbouwen van vaardigheden en kennis van personeel.

Certificering-Formele erkenning van prestatie door een nationale, beroeps- of industrie-specifiek, controle- en certificatie-organisatie.

Code of Practice/Conduct-Door de industrie geleide norm voor prestatie en/of gedrag/handeling.

Cognitieve vaardigheden-Geestelijke bekwaamheden die kennis, begrip, toepassing, analyse, synthese en evaluatie omvatten.
Source: Bloom's Taxonomy

Bekwaamheid-Bekwaamheid houdt in: i) cognitieve bekwaamheid, betrekking hebbende op het gebruik van theorie of ideeen, evenals informele geimpliceerde kennis die middels ervaring is opgedaan; ii) functionele bekwaamheid (vaardigheden of technische kennis), die dingen die een persoon zou moeten kunnen doen wanneer hij/zij werkt/functioneert in een bepaald (vak)gebied of sociale activiteit; iii) persoonlijke bekwaamheid wat inhoudt dat men weet hoe men zich moet gedragen in specifieke situaties; en iv) ethische bekwaamheid die het bezit van bepaalde persoonlijke en professionele waarden impliceren.
Source: ECVET Technical Specifications, Brussels, EAC/A3/Mar. 28/06/05

Contacttijd-Gespecificeerde hoeveelheid doceer tijd toegewezen aan leerlingen in een specifieke cursus.

Continue professionele ontwikkeling-Ononderbroken proces waarbij vaardigheden en kennis voortdurend bijgewerkt worden.

Kopenhagen Proces-Procedures die genomen worden om de Verklaring van Kopenhagen (29/11/02) wat betreft de versterking van Europese samenwerking in beroepsonderwijs en –training, ten uitvoer te brengen door middel van 4 prioriteiten: a) het versterken van de Europese dimensie in VET; b) toenemende transparantie d.m.v het integreren van bestaande instrumenten (Europees CV, Certificaat en Diploma Supplementen, CEF voor talen, EUROPASS); c) erkenning van bekwaamheden en kwalificaties (ECVET, EQF voor LLL, valideren van het niet-formeel en informeel leren; d) kwaliteitsgarantie.
Source: Copenhagen Process documentation http://ec.europa.eu/education/policies/2010/vocational_en.html

Studiepunt-Studiepunten worden gebruikt om leerresultaten te kwantificeren. Ze geven een verklarende waarde gebaseerd op het behalen van resultaten en de daarbijhorende werkbelasting.
Source: ECVET Technical Specifications, Brussels, EAC/A3/Mar. 28/06/05

Studiepunt systeem-Een systematische manier om een onderwijsprogramma te beschrijven door studiepunten toe te kennen aan zijn onderdelen. De definitie van studiepunten in de hogere onderwijssystemen kan gebaseerd zijn op verschillende parameters zoals werkbelasting, studieresultaten en contacturen.
Source: SOCRATES ECTS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/socrates/ects/index_en.html

Studiepunt overdracht-Systeem dat het mogelijk maakt om een behaald studieresultaat in een bepaalde cursus in te kunnen passen in een andere cursus, bijvoorbeeld in een ander land.

Criterium-gerefereerde beoordeling-Soort van beoordeling waarbij individuen beoordeeld worden tegen vooraf bepaalde criteria.

Onderwijsprogramma-Curriculum van vakken welke ontworpen en geleid worden door de onderwijsinstelling, hetzij in groepsverband of individueel. Het curriculum omvat kernelementen zoals doel en doelstellingen, inhoud en studie resultaten/competenties en vaardigheden, evenals evaluatie.

Onderwijsprogramma ontwikkeling-Proces waarbij nieuwe cursussen/trainingsprogramma's worden ontwikkeld.

Cycli (Bologna)-De drie opeenvolgende niveaus die door het Proces van Bologna worden geïdentificeerd (eerste, tweede en derde cyclus, in Nederland aangeduid met de kwalificaties: Bachelor, Master en Doctor) waarbinnen alle "Bologna" kwalificaties bepaald zijn. De Dublin descriptoren (uitstroomkwalificaties) zijn aangenomen als descriptoren van de cycli. Kwalificaties voor de eerste cyclus worden weergegeven door 180-240 ECTS studiepunten. Dit kan 120 ECTS studiepunten omvatten voor ‘korte cyclus’ kwalificaties. Kwalificaties voor de tweede cyclus worden weergegeven door 90-120 ECTS studiepunten (naast eerste cyclus studiepunten, met een minimum van 60 ECTS studiepunten). De derde cyclus (doctorale cyclus) wordt niet beschreven in studiepunten, maar door het originele werk.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Diploma-Document dat de succesvolle voltooiing van een studie certificeert, meestal in de beroeps- en hoger onderwijssectoren.

Diploma Supplement-Een document toevoegd aan een hoger onderwijsdiploma met als doel de internationale transparantie te verbeteren en bij te dragen aan de erkenning van academische en professionele kwalificaties (diploma's, graden, certificaten enz.). Het is ontworpen om een beschrijving van aard, niveau, context, inhoud en status te verstrekken van de studies die gevolgd en met succes afgerond zijn door het individu, die op de originele kwalificatie waaraan dit supplement wordt toegevoegd, wordt genoemd. Het zou vrij moeten zijn van enig waarde-oordeel, equivalentie verklaringen of suggesties over erkenning. Het is een flexibel, niet dicterend hulpmiddel dat ontworpen is om tijd, geld en werkbelasting te besparen. Het is geschikt voor aanpassing aan lokale behoeften. Een beschrijving van het nationale hoger onderwijssysteem waaraan het individu dat op de originele kwalificatie genoemd wordt afstudeerde, moet aan het DS worden toegevoegd. Deze beschrijving wordt verstrekt door de Afdeling Diplomawaardering & Certificering (Centre for International Recognition and Certification (CIRC), Dutch ENIC/NARIC) en is beschikbaar op de website: www.enic-naric.net.
Source: Now in EUROPASS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/socrates/ects/index_en.html http:/

Leren op afstand-Onderwijs dat ondernomen kan worden in een niet-formele omgeving – fysiek op afstand van de instelling en docent.

Dublin descriptoren-Generieke verklaringen van kenmerkende verwachtingen van prestaties en bekwaamheden die geassocieerd worden met kwalificaties die het einde van elke Bologna cyclus voorstellen. De descriptoren streven na om de aard van de gehele kwalificatie te identificeren. Deze zullen gebruikt worden in het Europese Kwalificatie Raamwerk.

ECTS- Europees Systeem voor de Overdracht en Accumulatie van Studiepunten-Het Europese Systeem voor de Overdracht en Accumulatie van Studiepunten, is een systeem waarin de student centraal staat en dat gebaseerd is op de werkbelasting die vereist is om de doelstellingen van een programma te behalen. De doelstellingen worden bij voorkeur gespecificeerd in termen van studieresultaten en te verwerven vaardigheden. Het is een puntensysteem dat een manier verstrekt om studieresultaten te meten en te vergelijken en over te kunnen dragen van het ene instituut naar het andere. De belangrijkste instrumenten die worden gebruikt om ECTS te laten functioneren en om academische erkenning te vergemakkelijken zijn het informatiepakket, de studie-overeenkomst en het gewaarmerkt vakkenoverzicht. ECTS studiepunten zijn kwantitatieve waarden die aan de onderwijs onderdelen van een studie programma (college’s, cursussen, werkgroepen, zelfstudie, practica, veldwerk, stages, dissertatie werk, etc.) worden toegewezen. Ze geven de hoeveelheid werk weer die elke cursuseenheid vereist in verhouding tot de totale hoeveelheid werk die noodzakelijk is om een volledig academisch studiejaar af te ronden.
Source: SOCRATES ECTS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/socrates/ects/index_en.html

ECVET-Het Europees overdrachtsysteem van Studiepunten voor Beroepsonderwijs en -Training. ECVET is een Europees systeem van accumulatie en overdracht van studiepunten, die voor het beroepsonderwijs en -training in Europa zijn ontworpen. Het maakt het mogelijk de studieresultaten in een studietraject van een individu officieel te bevestigen en vast te leggen, wat leidt tot een kwalificatie, een diploma of een certificaat. Het maakt documentatie, bevestiging en erkenning van behaalde studieresultaten in het buitenland mogelijk, zowel in formele VET als in niet-formele contexten. Het is gericht op het individu en gebaseerd op de bevestiging en accumulatie van zijn/haar studieresultaten, gedefinieerd in termen van kennis, vaardigheden en bekwaamheden die noodzakelijk zijn voor het bereiken van een kwalificatie. ECVET is een systeem dat is ontworpen om op Europees niveau te werken, in verbinding met nationale systemen en overeenkomsten voor de accumulatie en overdracht van studiepunten. Binnen ECVET zijn de belangrijkste componenten geïdentificeerd als eenheden en modules. Een eenheid duidt het kleinste deel van het leerplan aan, een module duidt het kleinste deel van een leerweg aan.
Source: ECVET Technical Specifications, Brussels, EAC/A3/Mar. 28/06/05

E-learning-De kennisoverdracht via alle mogelijke elektronische media, inclusief internet, intranet, extranet, satelliet, uitzendingen, video, interactieve TV, en CD-ROM. E-learning omvat alle ondernomen studie, hetzij formeel of informeel, door middel van elektronische kennisoverdracht.
Source: EU E-learning portal http://www.elearningeuropa.info/index.php?page=glossary&menuzone=1

Toegangsniveau-Minimum niveau om toegelaten te worden voor een cursus.

Toegangsvereisten-Minimum vereisten aan de certificatie/studie/voorafgaande ervaring nodig voor deelname aan een cursus/opleiding.

Episodische studieactiviteiten-Reeks van studieactiviteiten die niet opeenvolgend zijn, welke geen deel hoeven uit te maken van de reguliere cursus/curriculum, vaak voortkomende uit eerdere niet-geïdentificeerde hiaten/behoeften.

Ethica-De idee, het denkbeeld, het ethisch geloof dat het gedrag, standpunt en de filosofie van een groep mensen beïnvloedt. Standpunten over dierenwelzijn worden tegenwoordig routinematig inbegrepen in kwesties aangaande aquacultuur.

EUROPASS-Het Europass label brengt vijf transparence documenten samen die de kwalificaties en bekwaamheden in een ‘leven-lang-leren’ perspectief omvatten: i) Europass CV; ii) Europass Taalpaspoort; iii) Europass Mobiliteit (mobiliteitservaringen voor studie doeleinden); iv) Europass Diplomasupplement (kwalificaties in hoger onderwijs); v) Europass Certificaatsupplement (kwalificaties in beroepsopleiding).
Source: EUROPASS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/europass/index_en.html

Europese Hoger Onderwijs Ruimte (EHEA)-De constructie van de Europese Hoger Onderwijs Ruimte (European Higher Education Area – EHEA) in 2010 (waar studenten en staf zich vrij kunnen verplaatsen en hun kwalificaties erkend hebben) is een voornaam doel van het Bologna Proces. De EHEA is gestructureerd rond drie cycli, met een aanvullende voorziening voor een korte cyclus binnen de eerste cyclus. De Dublin descriptoren zijn aangenomen als cyclus descriptoren. Het overkoepelende kwalificatiekader, de overeengekomen reeks Europese normen en richtlijnen voor kwaliteitsgarantie en de erkenning van graden en studieperiodes, zijn de voornaamste kenmerken van de EHEA structuur.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Europese taalportfolio-De Europese taalportfolio bestaat uit drie delen: het Taalpaspoort, de Taalbiografie en het Dossier. De paspoort sectie geeft een overzicht van de bekwaamheid van een individu in verschillende talen op een bepaald ogenblik, gedefinieerd in termen van vaardigheden en de gemeenschappelijke referentie niveaus in de Europese schaal van taalvaardigheid. Het registreert formele kwalificaties evenals gedeeltelijke en specifieke bekwaamheden.
Source: EUROPASS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/europass/index_en.html

De Europese Onderzoeksruimte (ERA)-De Europese Onderzoeksruimte (EOR), die in 2010 in positie moet zijn, heeft als doel het gemeenschappelijk gebruik van wetenschappelijke middelen en de creatie van banen op lange termijn basis te bevorderen, en de concurrentie positie van Europa te stimuleren.

Evaluatie-Een systematische en kritische analyse die leidt tot oordelingen en/of aanbevelingen betreffende de kwaliteit van een hogere onderwijsinstelling of programma/studie.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Vrijstelling-Overeengekomen erkenning van kwalificaties/kennis die het mogelijk maakt dat de studiepunten worden erkend en toegekend in een andere cursus.

Leren door ervaring-Kennis die op de werkplek of in andere voorgaande ervaringen verworven is.

Externe evaluatie-Een term die gebruikt wordt om externe evaluatie van cursussen door externe inspecteurs of academisch geschoolde deskundigen aan te geven. Het wordt in toenemende mate erkend als een essentieel deel van kwaliteitsgarantie procedures.

Facilitator-Persoon die studie/participatie coördineert/leidt, om het bereiken van een specifiek doel te vergemakkelijken, of aannemelijker te maken.

Flexibel onderwijs-Het zodanig aanbieden van een studie dat studenten kunnen regelen in hun eigen tijd te studeren, of onderwerpen kunnen selecteren die extra relevant voor hen zijn.

Vormingsbeoordeling-Beoordeling gericht op het bepalen van de sterke en zwakke punten van een persoon, met als doelstelling deze te verbeteren. Over het algemeen wordt de beoordeling uitgedrukt in woorden, eerder dan cijfermatig, en wordt gewoonlijk niet gebruikt in de uiteindelijke beoordeling.
Source: Scottish Qualifications Authority

(Europees) Kwalificatie Raamwerk-Een overkoepelend raamwerk dat het verband tussen “Bologna” nationaal hoger onderwijs kwalificatie raamwerken en de kwalificaties die ze bevatten, transparant maakt. Het is een verbindingsmechanisme tussen nationale raamwerken.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

(Nationaal) Kwalificatie Raamwerk-De enige beschrijving, op nationaal niveau of onderwijssysteem niveau, die internationaal wordt begrepen en waardoor alle kwalificaties en andere studieresultaten in het hoger onderwijs beschreven en aan elkaar gerelateerd kunnen worden op een coherente manier, en welke het verband tussen hoger onderwijskwalificaties bepaalt (Rapport, Dec.2004 Ch.2.1, het kader van Kwalificaties p.14). Kwalificatie raamwerken slaan een brug over de hoger onderwijs wereld en de werkwereld. Dergelijke raamwerken gebruiken duidelijke referentiepunten (studieresultaten, onderwerp referentiepunten /maatstaf verklaringen, niveaus /cyclus descriptoren, werkbelasting, kwalificatie descriptoren) en geven een context voor kwalificaties betreffende aard, functie en vaardigheden die ze certificeren.

Vervolgonderwijs-Tertiaire (op hoger onderwijs-gebaseerde), naschoolse studie gelegenheden.

Generieke vaardigheden-Vaardigheden die overdraagbaar zijn over disciplines.

Groepswerk-Waar een groep mensen samenwerkt aan een gemeenschappelijke doelstelling/ taak.

Harmonisatie-Het overeenstemmen met/samenbrengen van programma’s, trainingen over of binnen organisaties.

Hoger Onderwijs-Tertiair (universiteits-gebaseerd), naschools onderwijs en studie.

Zelfstandig leren-Zelfstandig leren onafhankelijk van enige onderwijsvorm of formele begeleiding.

Individueel leren-Leren dat afgestemd is op de specifieke behoeften van een individu.

Informeel leren-Kennis verworven in een verscheidenheid aan plaatsen, bijvoorbeeld op een werkplek, of door onderzoek/lezen op individuele basis; kennis die niet vergaard is in een formele leeromgeving zoals school, hogeschool of universiteit. Kenmerkend is dat het niet leidt tot certificatie.
Source: Copenhagen Process documentation http://ec.europa.eu/education/policies/2010/vocational_en.html

Informatie en Communicatie Technologieën (ICT)-Een term die alle technologieën die de Informatiemaatschappij vormen, omvat: gegevensverwerking, Internet, multimedia, en de telecommunicatiesystemen die het mogelijk maken dat informatie wordt verspreid.
Source: EU E-learning portal http://www.elearningeuropa.info/index.php?page=glossary&menuzone=1&numpagin

Informatie technologie-Het brede onderwerp betreffende alle aspecten van het beheren en verwerking van informatie, op gegevensbestanden of in bibliotheken, vooral binnen een grote organisatie of groot bedrijf.
Source: EU E-learning portal http://www.elearningeuropa.info/index.php?page=glossary&menuzone=1&numpagin

Onderzoek-Een technische/wetenschappelijke procedure om fysiologische parameters te meten en te registreren.

Transferable sleutelvaardigheden-Ook bekend als generieke vaardigheden. Bruikbaarheid van levensvaardigheden die bijdragen tot ‘leven-lang-leren’, die over het algemeen de volgende elementen omvatten: Lezen, Schrijven en Rekenen ; Luisteren, Spreken en Denken; Tijds- en Project management; Informatie vaardigheden; Ontwerp en presentatie; Probleemidentificatie, -definititie en –oplossing; Persoonlijk inzicht.
Source: EU project TUNING documentation http://tuning.unideusto.org/tuningeu/

Knowhow-Praktische toepassing van kennis en vaardigheden die voor specifieke toepassingen wordt vereist.

Kennis domein-Kennisgebied dat soms bestaat uit verscheidene specifieke en verwante gebieden, bijvoorbeeld, aquacultuur.

(Europese) taalportfolio-De Europese taalportfolio bestaat uit drie delen: het Taalpaspoort, de Taalbiografie en het Dossier. De paspoort sectie geeft een overzicht van de bekwaamheid van een individu in verschillende talen op een bepaald ogenblik, gedefinieerd in termen van vaardigheden en de gemeenschappelijke referentie niveaus in de Europese schaal van taalvaardigheid. Het registreert formele kwalificaties evenals gedeeltelijke en specifieke bekwaamheden.

Leerling-gecentreerde benadering-Onderwijsmethodologie en cursus overdracht, waarin de behoeften van de leerling het voornaamst zijn.

Studieomgeving-Om het even welke lokatie waar studie plaatsvindt, bijvoorbeeld, formeel klaslokaal, hogeschool, universiteit, werkplaats, Internet.

Leeruitkomst-Verklaringen over wat verwacht wordt dat een leerling weet, begrijpt en/of kan, of in staat is te laten zien na de voltooiing van een leerproces of aan het eind van een studieperiode.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Studiebronnen-Materialen zoals boeken, apparatuur, bibliotheken, archieven. Omvat menselijke evenals fysieke hulpbronnen.

Studievolgorde-Coherent patroon van overdracht van cursusinhoud / kennis /opleiding.

Leerstijlen-De verscheidenheid van methoden of benaderingen die door individuele leerlingen wordt gekozen om de vereiste kennis te vergaren en te behouden, om leerresultaten/taken te voltooien.

Niveau (kwalificatie)-Niveaus vertegenwoordigen een reeks opeenvolgende stappen die worden uitgedrukt in termen van een verscheidenheid aan algemene uitkomsten/resultaten, waartegen de kenmerkende kwalificaties kunnen worden geplaatst.
Source: Using Learning Outcomes, Adam, Edinburgh 2004

Niveau indicator-Een kwaliteitsmaat die de moeilijkheid van een cursus/kwalificatie aangeeft.

Leven lang leren (LLL)-Alle leeractiviteiten die worden ondernomen gedurende het leven, met als doel om kennis, vaardigheden en bekwaamheden binnen een persoonlijk, burger, sociaal en/of werk perspectief te verbeteren.
Source: Copenhagen Process documentation http://ec.europa.eu/education/policies/2010/vocational_en.html

Manager-De persoon op de werkplek die directe leidinggevende verantwoordelijkheid voor de werknemer heeft; in de betekenis van het toewijzen, coördineren en evalueren van zijn of haar werk.

Mentor-Persoon die fungeert als adviseur van leerlingen, vooral in werkplek studieomgevingen.

Moderator-Persoon verantwoordelijk voor het zeker stellen dat het vereiste overeengekomen cursus of module niveau, of studie resultaten behaald wordt/worden. Dit omvat soms lokatie bezoeken, gedetailleerde cursus inspecties, etcetera.

Modularisatie-Het uitsplitsen van cursus inhoud in afzonderlijke werk/studie delen. Een proces waarbij onderwijs cursussen in op zichzelf staande eenheden of modules gedeeld worden. Studenten kunnen uit een verzameling van eenheden selecteren en mengen en punten verwerven voor een succesvolle voltooiing van elk. Deze eenheid-punten worden dan opgeteld en kunnen een (universitaire) graad of andere kwalificatie opbouwen.

Wederzijdse erkenning-Overeenkomst tussen organisaties om elkaars kwalificaties te erkennen.

Nationaal Kwalificatie Raamwerk-De enige beschrijving, op nationaal niveau of onderwijssysteem niveau, die internationaal wordt begrepen en waardoor alle kwalificaties en andere studieresultaten in het hoger onderwijs beschreven en aan elkaar gerelateerd kunnen worden op een coherente manier, en welke het verband tussen hoger onderwijskwalificaties bepaalt (Rapport, Dec.2004 Ch.2.1, het kader van Kwalificaties p.14). Kwalificatie raamwerken slaan een brug over de hoger onderwijs wereld en de werkwereld. Dergelijke raamwerken gebruiken duidelijke referentiepunten (studieresultaten, onderwerp referentiepunten /maatstaf verklaringen, niveaus /cyclus descriptoren, werkbelasting, kwalificatie descriptoren) en geven een context voor kwalificaties betreffende aard, functie en vaardigheden die ze certificeren.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Nationale Beroepskwalificatie (NVQ)-Een kwalificatie die gebaseerd is op nationale normen, die vaardigheden, kennis en begrip die nodig zijn op het werk, definieert. Het is bestemd voor personen van 16 jaar en ouder.

Onderhandelend onderwijs-Studiebenadering waarbij de docent/leraar en de individuele leerlingen gezamenlijk besluiten hoe de studietaken en resultaten het beste bereikt kunnen worden, waarbij de specifieke behoeften van de leerling in overweging worden genomen.

Niet-formeel onderwijs-Niet-formeel onderwijs omvat zowel informeel leren (leren in werksituaties en elders zonder planning vooraf) als geplande en expliciete benaderingen van leren geïntroduceerd in het werkorganisaties en elders, maar die niet erkend worden binnen de formele onderwijs-, en opleidingssystemen.
Source: Copenhagen Process documentation http://ec.europa.eu/education/policies/2010/vocational_en.html

Norm-referentie-Het beoordelingsproces door een vergelijking te maken met het gemiddelde niveau van voltooiing, d.w.z., door prestaties te rangschikken zonder een absolute maat/norm toe te wijzen.

Theoretische studietijd-De hoeveelheid tijd die de gemiddelde/atypische leerling op gespecificeerd niveau nodig heeft om de vastgestelde resultaten te behalen. Sommige leerlingen hebben meer/minder tijd nodig dan anderen.

Open en Afstand Leren (ODL)-Studie die buiten het klaslokaal gebaseerd is, met een hoge mate van zelfstandigheid, steunend op verschillende overdrachtssystemen, met inbegrip van e-learning. Het kan thuis plaatsvinden, op het werk of in een regionaal centrum.

Open leren-Flexibele leermethode die een verscheidenheid aan overdrachtsmethoden en het toestaan van verschillende leerstijlen omvat; zonder de beperkingen met betrekking tot plaats, tijd, toetredingskwalificaties, enz.

Passieve leerling-Niet actieve leerling/ passieve student.

Passief leren-Leermethode waarbij de leraar de vorm van lesgeven/het leerproces bepaald, waarin de leerling vereenvoudigde informatie/kennis ontvangt.

Prestatie criteria-Prestatie criteria geven weer wat gedaan moet worden om vaardigheid te bemachtigen of taken te vervullen. Geschreven verklaringen van de normen welke een taxateur gebruikt om te beoordelen of een individu een activiteit uit kan voeren.

Persoonlijk Profiel Portfolio-De erkende geschiktheid van een individu om bepaalde taken of functies uit te voeren. Dit zou eveneens de beperkingen van de bekwaamheid moeten omvatten.
Source: EUROPASS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/europass/index_en.html

Beleid-Protocollen, procedures en vereisten waaraan de industrie zich moet houden. Beleid kan op internationaal, nationaal, lokaal of instellings niveau vastgesteld worden en het kan worden ontworpen om mensen te helpen wetgeving ten uitvoer te brengen.

Voorafgaand leren-Dat wat bereikt is, beginnende een studieprogramma, door middel van voorgaande ervaring, kennis of vaardigheden die op de werkplek vergaard zijn.
Source: Copenhagen Process documentation http://ec.europa.eu/education/policies/2010/vocational_en.html

Professionele Master of Science-Universitaire graad van doctorandus in de (exacte) wetenschappen, die binnen de tweede cyclus van Bologna valt, gewoonlijk bestaand uit onderwezen cursussen, die een minimum van 60 ECTS studiepunten vertegenwoordigt en 12 maanden duurt.
Source: SOCRATES ECTS documentation http://ec.europa.eu/education/programmes/socrates/ects/index_en.html

Profiel-De specifieke (onderwerpen) leergebieden van een kwalificatie, of de bredere samenvoeging van kwalificatieclusters of programma's van verschillende gebieden die een gemeenschappelijk doel delen (bijvoorbeeld, een toegepaste beroepsopleiding in tegenstelling tot de meer theoretische academische studies).

Kwalificatie-Een formele uitdrukking van de kennis, vaardigheden en bredere bekwaamheden van individuen. Kwalificaties worden erkend op lokaal, nationaal of sectoraal niveau en in enkele gevallen op internationaal niveau.

Kwalificatie descriptoren-Richtlijnen voor het ontwikkelen van kwalificaties volgens een vooraf bepaalde norm; kenmerkende resultaten onder een aantal brede gebieden.

Kwalificatie structuur-De inhoud van de kwalificatie die uitgedrukt wordt in leereenheden.

Kwaliteitsverzekering-Het continue proces om onderwijskwaliteit en -normen te controleren en te handhaven.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

(Academische) erkenning-(Academische) erkenning verwijst naar de goedkeuring van onderwijskwalificaties die in het buitenland behaald zijn en die geschikt zijn om een kwalificatie van het land zelf te vervangen met betrekking tot bijzonder verder onderwijs of werkgelegenheidsactiviteiten.
Source: Bergen Ministers 'Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Rapport-Geschreven rapporten van de resultaten van een leerling gedurende een studieperiode, bijgehouden door of de student zelf of de docent, of door beide. Over het algemeen wordt dit bijgehouden in een portfolio en resultaten kunnen zowel kwalitatief als kwantitatief (cijfers per vak) beschreven worden.

Betrouwbaarheid-In statistiek, de techniek waarbij dezelfde of verenigbare resultaten verkregen kunnen worden door verschillende experimenten of statistische testen.

Sector-Een begrip die gebruikt wordt om een specifiek onderdeel van de nationale economie, zoals de aquacultuursector, te beschrijven.

Autonoom leren-Autonoom leren. Onafhankelijk en zelfstandig leren.

Korte cycluskwalificatie-Binnen de eerste Bologna cyclus, korte cycluskwalificaties kunnen inbegrepen worden, welke door 120 ECTS studiepunten weergegeven worden.

Studentgecentreerd onderwijs-Onderwijsmethode en cursus overdracht waarin de behoeften van de student/de leerling, eerder dan die van de docent/leraar, centraal staan.

Summatieve beoordeling-Beoordeling die over het algemeen plaats vindt aan het eind van een cursus en die leidt tot de attributie van een graad of cijfer voor de leerling, welke de leerling toestaat naar het volgende onderdeel van de cursus te gaan, of welke de cursus voltooit.

Leraargecentreerd onderwijs-Lesmethode waarbij de docent/leraar verantwoordelijk is voor alle aspecten van het leerproces.

Teamleider-Een persoon die een team van werknemers leidt om gemeenschappelijke resultaten te bereiken. De teamleider kan, of kan niet, de directe management verantwoordelijkheid hebben over alle werknemers in het team.

Technicus-Een arbeider wiens voornaamste functie is om wetenschappelijke en technische steun te verlenen aan het bedrijf.

Tertiair onderwijs-Verzamelnaam voor hoger onderwijs. In Nederland is het tertiair onderwijs volledig van universitair niveau, in Vlaanderen maakt ook het onderwijs aan de hogescholen daar deel van uit.

Transferabele vaardigheden-Ook bekend als generieke vaardigheden. Bruikbaarheid van levensvaardigheden die bijdragen tot ‘leven-lang-leren’, die over het algemeen de volgende elementen omvatten: Lezen, Schrijven en Rekenen; Luisteren, Spreken en Denken; Tijds- en Project management ; Informatie vaardigheden; Ontwerp en presentatie; Probleemidentificatie, -definititie en –oplossing; Persoonlijk inzicht.
Source: EU project TUNING documentation http://tuning.unideusto.org/tuningeu/

Transparantie-Transparantie houdt in: het mogelijk maken van wederzijdse erkenning van cursussen, graden, kwalificaties, door gebruik te maken van het duidelijk specificeren van cursus inhoud, beoordelingsprocedures en hulpmiddelen in een overeenstemmend duidelijk begrijpelijk kader.

Leraargeleide module-Leermodule die geheel door de leraar wordt geleid, waarin de leerling de leerweg volgt die door de leraar is opgesteld.

Onderwijseenheid-Deel van de cursusinhoud die opgesplitst is in componenten/relevante/afzonderlijke onderdelen, ook wel module genoemd.

Universiteit-De universiteit is een autonome instelling in het hart van maatschappijen die verschillend georganiseerd zijn door geografie en historisch erfgoed; het produceert, onderzoekt, waardeert en overlevert cultuur door onderzoek en onderwijs. Om aan de behoeften van de wereld rondom te kunnen voldoen, moet haar onderzoek en onderwijs moreel en intellectueel onafhankelijk zijn van alle politieke en economische macht.
Source: Bologna Declaration (1988)

Validatie-Formele goedkeuring door een erkende organisatie.

Werkplek-De term ‘werkplek' verwijst naar de fysieke installaties waar de productie/arbeid van het bedrijf plaatsvindt, zoals een boerderij, laboratorium of testgebied.

Werkervaring-Kennis die opgedaan wordt door in contact te zijn geweest met de arbeidsmarkt door te werken.

Werkstage-De activiteit waarbij studenten een deel van hun studieperiode buiten hun instituut worden geplaatst, om beroepsvaardigheden te verwerven, bijvoorbeeld onderwijservaring opdoen in een school of werken in een fabriek.

Werkbelasting-Een kwantitatieve maat van alle leeractiviteiten die aannemelijk vereist kunnen worden om studieresultaten te behalen (lezingen, colleges, praktisch werk, zelfstudie, inwinnen van informatie, onderzoek, examens). 60 studiepunten staan voor de werkbelasting van een voltijd student gedurende één academisch jaar. De werkbelasting van een voltijd-studie programma in Europa bedraagt in de meeste gevallen 36/40 weken per jaar en in deze gevallen staat één studiepunt voor 25 tot 30 uur studeren/werken.
Source: Bergen Ministers' Meeting Glossary http://www.bologna-bergen2005.no/

Werkstage-gebaseerd leren-Kennis verworven op de werkplek, normaal gesproken onder toezicht van zowel een persoon binnen het bedrijf als een professionele docent buiten het bedrijf.